Met dit leesproject deden we mee aan de wedstrijd ‘droom je school’.
‘De eenhoorn wil kleine en grote mensen uitnodigen om eens
vaker naar een boek te grijpen’.
Voor kinderen die moeite hebben met lezen of die dyslexie hebben blijft
lezen een hele klus Daarom hebben we als school nagedacht hoe we kunnen
overschakelen van het klassieke niveaulezen naar het leesbevorderend lezen.
We willen leerlingen kennis laten maken met ander leesmateriaal dan de
klassieke boekjes niveaulezen: strips, poëzie, informatieboeken zoals
kookboeken of instructieboekjes en dat koppelen aan een aantal
leesopdrachten. Zo leren kinderen dat lezen niet alleen te maken heeft met ‘verhaaltjes lezen’, maar dat er nog andere kanten aan lezen zitten. Om een
recept te kunnen maken of om iets in elkaar te kunnen steken, moet je ook
kunnen lezen. Omdat kinderen met dyslexie zich anders altijd moeten
beperken tot de lage ‘kinderachtige’ niveauboekjes, is dit een manier om hen
ook iets anders te laten lezen en om hen op te waarderen: zij kunnen ook een
lekker recept maken dankzij het kookboek.
Kinderen met taalmoeilijkheden leven vaak op via poëzie. Via workshops
willen we kinderen zelf poëzie laten maken, ouders zullen de gedichten op
de muren in de school schilderen. Ook dat is goed voor het zelfbeeld van
kinderen met leesmoeilijkheden, want hun gedicht staat net zo goed op de
muur als het gedicht van de beste lezer van de klas.
Omdat lezen ‘knus en gezellig’ moet zijn, willen we een leesklas inrichten
waar kinderen ook tussen de middag kunnen komen lezen.
Bovendien willen we alle kinderen van de school, ook de kleuters, bij het
lezen betrekken. De kinderen van het vijfde leerjaar lezen voor aan de
kleuters van de derde kleuterklas. Omdat de kleuterschool en de lagere
school niet in hetzelfde gebouw zitten, gaan de kinderen van het vijfde de
derde kleuterklassers halen met een gocart. De kleutertjes komen zo naar de ‘grote school’.
Als het prentenboek met bijbehorende taaloefening (eveneens
gemaakt en bedacht door onze vijfdeklassers) verteld is, gaat het
prentenboek de verteltas in en wordt deze aan de vertelkapstok (gemaakt
door de gemeente) in de kleuterschool gehangen. Kinderen van eerste en
tweede kleuterklas mogen deze tas mee naar huis nemen om daar te genieten
van het boek.
We willen vijf Japanse verteltheatertjes maken ‘Kamishibai’,
waarin prenten, tekeningen gestoken kunnen worden waarover de vijfdejaars
dan vertellen aan de kleuters. De kleuters leren zo ook de jongens en meisjes
kennen die volgend schooljaar hun peter en meter worden.
Christel Vansteenkiste, zorgcoördinator.
|